
Ik houd toch niet op....
De Lifter
Meen niet, dat er in onze tijd geen mensen zijn, die een gemeenschappelijk leven verkiezen boven de eenzaamheid van het individu in een jachtende en verslindende maatschappij. De kronieken van de stad M. zijn hiervan een bewijs. De stad is gezegend met de eeuwenoude aan - wezigheid van de orde der B. Het is te danken aan de nijvere kroniekschrijvers van deze broeder - schap, dat waargebeurde geschiedenissen de vergetelheid bespaard blijven.
Tot op de dag van vandaag houden de schrijvers van deze orde alles bij, wat zij de moeite van het vermelden waard vinden. Dikwijls zijn het ge - beurtenissen, die de strijd tussen de machten van goed en kwaad weerspiegelen. De mens staat in deze strijd centraal. Hij kiest telkens opnieuw tussen licht en duisternis. Al te vaak maken mensen keuzen, die de duistere machten in de kaart lijken te spelen. Al te vaak, maar gelukkig niet altijd .Lees het verhaal van de lifter, die op de grens tussen goed en kwaad zijn gevecht leverde.
Vroeg in de ochtend zag de autoweg tussen de steden T. en M. er verlaten uit. Spoedig zouden de blikken vehikels de betonnen baan weer berijden. Dichte nevelslierten slingerden langs de rand van de weg, als de hete adem van een tot barstens toe gebeukt beton. In de ochtendmist maakte zich de gestalte lof van een jongeman. Het was een bleek jongmens, die een veelvuldige omgang met boeken verried en niet gewend was aan de koestering van de lente- of zomerzon. De student stond ongemakkelijk langs het talud en verwenste zijn idee om deze ochtend vroeg uit de veren te komen. De liftersplaats die hij zo goed kende en vanwaar hij ieder weekend zijn gebruikelijke tochten ondernam, kwam hem vreemd voor.
Wilde hij vóór het ontbijt in zijn geboortestad M. zijn, dan diende er spoedig een auto te stoppen met een chauffeur, die zo vriendelijk zou zijn om deze vroege vogel mee te nemen. Aan de hemel verstopte een verlate maan zich achter op - trekkende wolken. De dag kwam met rasse schreden naderbij en verlichtte de autoweg als een onnatuurlijke stenen streep, door reuzenhand getrokken in het groene landschap.
Het viel de jongeman op, hoe snel de ochtend oprukte. In enkele minuten verdween de mist en de student overzag de autoweg te midden van velden en akkers. Terwijl zijn blik de weg in tegengestelde richting volgde, zag hij ver achter zich een gestalte naderen. De contouren van de persoon waren nauwelijks te onderkennen.
" Vreemd ", dacht de jongen. " Hier sta ik alleen langs de weg en ik voel de ogen van die gestalte in de verte reeds in mijn rug. Ons waarnemings - vermogen is uiterst subtiel ", filosofeerde hij voor zich uit. " Bestaat er een zesde zintuig, dat boven zien, ruiken, tasten en smaak uit gaat en mij waarschuwen kan, dat iemand in de verte mij observeert? "
De lifter kon deze vraag niet meer beantwoorden, daar hij plotseling een hevige beklemming voelde opkomen. Een oncontroleerbare en onbekende angst nam geheel zijn wezen in bezit. Als een opgejaagd dier in doodsnood draaide de jongen zich om. Hij stond oog in oog met de verschijning die hij zojuist in de verte had waargenomen.
De angst beroofde de jongeman van zijn laatste rede op het moment dat hij het onmogelijke van de situatie inzag. Hoe kon iemand, die aan de horizon verschijnt binnen enkele seconden tegenover hem staan?
Als bevroren staarde de lifter de verschijning aan. De nieuwaangekomene sprak geen woord. Hij stelde zich vlak voor de lijkbleke jongen en bewoog zijn handen. Met iedere beweging van de handen nam de beklemming van de lifter toe. Handen en vingers zwierden potsierlijk voor zijn ogen op en neer. Er werd geen woord gewisseld, maar de onophoudelijk bewegende handen en vingers vertelden een verhaal. Onbekend en niet na te vertellen. Een verhaal van dood en lijden. Weerzinwekkend en goddeloos.
In de oneindige ruimte van zijn geest streed de jongeman tegen de niet-uitgesproken woorden van de binnendringende macht. Ontdaan van de controle over de zintuigen trok de psyche al de energie naar binnen toe. In het innerlijk van zijn wezen concentreerde deze kracht zich tot be - heersing. Hoe het kwam, wist de jongeman niet, maar in zijn geest vormde zich de woorden, die meer vertellen dan alle verhalen ter wereld: Er is maar één God...Er is maar één God...
De zwijgende verschijning staakte zijn be - wegingen en draaide zich om. Hij liep de weg terug die hij gekomen was. Met het groeien van de afstand tussen de zwijger en de lifter, groeide ook het besef van vrijheid. Toen de gestalte in de verte verdwenen was, overspoelde een gevoel van bevrijding en rust heel het wezen van de jongeman.
Was dit een droom, of had deze strijd werkelijk plaats gevonden? Welke gevechten levert een gewoon mens dag en nacht tegen machten, die zijn diepste innerlijk willen verwonden?
Beseffen wij welke obstakels wij op onze weg door het leven tegenkomen? Meestal horen wij hier niet veel over, omdat deze gebeurtenissen veelal onbesproken blijven. Zoals in het geval van de lifter. Gelukkig is er één God....
Voorjaar 93 rl